Spoedgevallen

Voor spoedgevallen 's avonds, 's nachts of in het weekend kunt u ook buiten de normale openingstijden altijd een spoedafspraak maken bij de dienstdoende dierenarts via (0512) 513627 of kijk hier voor de dienstregeling en bel rechtstreeks.
Adres:
Dierenziekenhuis Drachten
De Bolder 74, 9206 AR Drachten
tel. 0512-513627
info@dierenziekenhuisdrachten.nl

Webcam

Ga naar de live webcam's

Webshop

Ga naar de webshop

Homepage

Ga terug naar de homepage

Facebook

Bezoek onze facebook pagina

Gastenboek

Ga naar ons gastenboek

Algemene voorwaarden

Lees onze voorwaarden
  • vogels (3)

Polyomavirus

Bij de grote papegaai-achtigen en Ara's levert het polyomavirus vooral veel problemen op bij jonge vogels. Erg gevoelig zijn o.a. grijze roodstaarten, blauwgele Ara's en edelpapegaaien. Ook bij halsbandparkieten komt dit virus inmidels op grote schaal voor. De meeste problemen zien we in de periode 1-7 weken. In het nestblok liggen soms plotseling jongen dood. het virus veroorzaakt onder andere stollingsstoornissen. Hierdoor vertonen de jongen onderhuidse bloedingen. (blauwe plekken). De houder van de dieren denkt dan dat de ouders het jong hebben doodgetrapt. Helaas is de werkelijke oorzaak("blauwe" plekken) (nog) erger.
 


Symptomen
Bij een minster heftig verlopende vorm groeien de jongen slecht en zeer ongelijkmatig. De krop leegt zich slecht en de eetlust neemt af. Sommige jongen krijgen een erg opgezette buik met veel vocht erin omdat het virus de lever bijna vernietigd heeft (levercirrhose). Bij andere ontstaan onderhuidse bloedingen, ontstekingen aan de veerfollikels etc.

 


De nestgenootjes van deze vogels die het wel overleven worden drager van het virus. Vindt de besmetting plaats op zeer jonge leeftijd dan herkent het lichaam het virus niet als lichaamsvreemd en blijven de dieren levenslang geinfecteerd en besmettelijk voor andere dieren. Worden de vogels (of ouders) op wat latere leeftijd geinfecteerd dan blijft het virus ongeveer 24 weken aantoonbaar in het bloed, waarna de infectie weer verdwijnt. Ouders van jongen die de symptomen vertoont hebben moeten dus apart gezet worden. Een enkele maal zien we volledige uitgegroeide jonge of oudere vogels die ineens zonder symptomen dood liggen. Deze vogels hebben geen uitwendige symptomen maar hebben bij sectie een sterk gezwollen milt en lever.


Diagnostiek
Deze symptomen kunnen soms echter ook door andere aandoeningen veroorzaakt worden (hartgebreken, stollingsstoornissen etc.). De aanwezigheid van het polyoma virus dient ten allen tijde te worden aangetoond dmv bloedonderzoek op de aanwezigheid van virus DNA of idem maar dan bij sectie en onderzoek op virus in de organen van de overleden dieren.

Hoewel het polyomavirus veel voorkomt bij grotere kromsnavels zijn ook de kleinere kromsnavels (jonge grasparkieten) er erg gevoelig voor. Men onderscheidt verschillende vormen van polyoma. Er bestaan flinke verschillenl in het ziektepatroon bij de verschillende kleinere papegaaiachtigen.
 

Bij grasparkieten
kennen we een extreme vorm en een milde vorm van polyoma. Bij de extreme vorm van Polyoma ziet men tot 10 à 15 dagen een normale ontwikkeling, dan plotselinge sterfte zonder verder symptomen. Andere nestjongen van hetzelfde ouderpaar tonen een opgezwollen buik en uitdrogingsverschijnselen wat vooral goed zichtbaar is aan loopbenen en tenen, die enigszins verschrompeld aandoen, soms ziet men zenuwafwijkingen. De dons- en contourveren veren van zulke nestjongen zijn sterk onderontwikkeld en er is veel sterfte in de eerste drie levensweken, soms oplopend tot 100%. Jongen die overleven tonen bevederingsstoornissen in de dekbevedering terwijl de grote vleugel- en staartpennen nauwelijks zijn ontwikkeld waardoor de vogels niet kunnen vliegen. Het zijn in alle gevallen onderontwikkelde vogels die niet meer herstellen.

 

Kruiperziekte
Bij de milde vorm van Polyoma - deze treedt op als de jonge vogels na de 1 ste dag met het virus worden geïnfecteerd - laten de jonge grasparkieten vlak voordat ze het nestblok verlaten, alle slag- en staartpennen vallen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat ook de milde vorm van Polyoma verschillende gradaties kent variërend van het verlies van enkele vleugelpennen tot de zwaardere gevallen, waarbij ook de lichaamsbevedering is aangetast. In de spoel van de afgeworpen vleugelpennen zien we een roodbruine bloederige massa, zodat wel van bloedpennen gesproken wordt. De veerschachten zijn bros en tonen enigszins gekrulde baarden. Aan het einde van de schacht zijn de pennen ets geknikt. Behalve het feit dat de jonge vogels niet of nauwelijks kunnen vliegen en zich over de grond of langs het gaas kruipend voortbewegen, vandaar de benaming kruiper, zijn ze verder vitaal en lijken volkomen gezond. Deze vogels herstellen gewoonlijk na enige tijd weer normaal, waarbij de meer ernstige gevallen soms wat in groei achterblijven in vergelijking met hun niet aangetaste soortgenoten.

 

Bij Agaporniden

onderscheidt men eveneens de peracute sterfte zonder voorafgaande symptomen. Een ander ziekteverloop bij Agaporniden wordt gekenmerkt door verschijnselen van lusteloosheid, geen eetlust, gewichtsverlies, vertraagde kroplediging, braken, diarree, uitdrogingsverschijnselen, ademhalingsproblemen en verhoogde urinevloei en vervolgens sterfte binnen een tijdsbestek van twee dagen. Bij Agaporniden blijkt bij sectie de buikholte gevuld met helder vocht en ziet men een smalle bleke milt en een bleke gezwollen lever. Bij Agaporniden treden de problemen gewoonlijk aan het licht op een leeftijd van 4 tot 16 weken. Agaporniden welke na vijf maanden met het polyomavirus in aanraking komen zullen doorgaans antistoffen opbouwen zonder ziekteverschijnselen te vertonen. Naar de oorzaak van Polyoma is vooral de laatste jaren door talrijke wetenschappers intensief onderzoek gedaan. Uit de onderzoeken is gebleken, dat de ziekte wordt veroorzaakt door het zogeheten avipolyoma-virus, een virus dat taxonomisch tot de grote familie van de papovavirussen wordt gerekend. De naam papovavirus geldt als familie-aanduiding voor het Papilloma (PA), Polyoma (PO) en Vacuola (VA) virus.

 

Verspreiding
Volwassen vogels verspreiden het virus door huidschilfers, veerstof en uitwerpselen. Verder zijn er aanwijzingen dat het virus ook via het broedei kan worden overgebracht. Een besmettingsroute via de ademhaling wordt niet uitgesloten omdat bij onderzoeken virusdeeltjes in het longweefsel zijn aangetroffen. Door Polyoma aangetaste jonge dieren verspreiden het virus door afgeworpen veren of veerdeeltjes, huidschilfers, veerstof, de ontlasting en mogelijk ook via de ademhaling.

 

Dragers
Vogels die de ziekte te boven komen, kunnen 'dragers' worden en op bepaalde momenten van stress een infectiebron vormen in kweekbestanden. Een aantal vragen ten aanzien van de progressie van de ziekte zijn nog onbeantwoord gebleven. Een open vraag is nog steeds, waarom sommige kweekparen voortdurend geïnfecteerde jongen voortbrengen, terwijl andere het ene jaar gezonde nakomelingen voortbrengen en het andere jaar zieke.

 

Vaccin
Zoals bij vrijwel alle virusziekten zijn er nog steeds geen specifieke medicijnen om de aandoening te behandelen. In Amerika wordt momenteel nog onderzoek verricht naar een vaccin als voorbehoedmiddel tegen de ziekte. Ook wordt momenteel een vaccin met geïnactiveerd Polyoma-virus door verscheidene universiteiten getest, dit is echter nog
niet relevant voor de praktijk. Het vaccin van BIOMUNE is voorlopig toegelaten in de USA, maar nog niet officieel verkrijgbaar in Nederland. De kosten liggen rond de 20 dollar per enting per vogel. De eerste keer moet er tweemaal geent worden met 3 weken tussentijd. Waarna de enting jaarlijks herhaald moet blijven worden.
 

Gezien de kosten zullen waarschijnlijk voorlopig alleen de beter gemotiveerde vogelliefhebbers met de duurdere vogelsoorten overgaan te enten. De verwachting is dan ook dat er altijd vogels zullen blijven die de besmetting kunnen verspreiden. Daarom is het zaak dat we leren omgaan met het fenomeen Polyoma. Kwekers die nog nooit metPolyoma te maken hebben gehad, dienen zich te realiseren dat juist hun bestand het meest kwetsbaar is omdat hun vogels onvoldoende of zelfs helemaal geen antistoffen tegen de ziekte hebben opgebouwd. Wanneer de ziekte onverhoopt optreedt, moeten een aantal maatregelen genomen worden om verspreiding van het virus binnen het bestand zoveel mogelijk te beperken.

 

Tot die maatregelen behoren:
Bij de duurdere kromsnavelsoorten: alle directe contact-vogels onderzoeken dmv een bloedonderzoek op de aanwezigheid van virus DNA en deze isoleren. Na ca 24 weken deze positieve vogels opnieuw controleren. Met de dan negatieve vogels kan weer geweekt worden. De nog steeds positieve vogels kunnen evt. na 3 maanden nogmaals onderzocht worden. Zijn deze vogels dan nog steeds positief, dan zijn deze vogels waarschijnlijk levenslang drager van het polyoma virus en gevaarlijke voor andere kromsnavels. De vogels zelf gaan vaak zelf niet meer dood aan het virus wat ze bij zich dragen. Ze zijn nog wel geschikt als solitaire huiskamervogel. En kunnen bij goede verzorging nog een respectabele leeftijd bereiken. Er bestaat geen geneesmiddel dat reeds zieke dieren weer beter maakt..

  • broedkooien, broedblokken, enz. regelmatig desinfecteren met een virusdodend middel, bijv. Halamid
  • het gebruik van een luchtionisator, zodat zwevende stofdeeltjes die door de virussen als transportmiddel gebruikt worden, snel neerslaan
  • zorgen voor een goede ventilatie en afzuiging gedurende de tijd dat de vogels actief zijn
  • als u de kweekruimte met een stofzuiger reinigt een tweede slang aan de uitlaat van het apparaat koppelen en deze naar buiten leiden zodat de eventueel opgezogen virussen niet door het hele verblijfverspreid worden.

 

Bij grasparkieten:

  • niet meer dan 2 rondes kweken per jaar.
  • geen eieren of jongen overleggen in bestanden waarin Polyoma voorkomt;
  • afgeworpen veren van aangetaste dieren direct verwijderen en afvoeren.
  • ernstig aangetaste jongen die naar het zich laat aanzien toch niet meer herstellen in laten slapen. Deze zware gevallen vormen een ernstige infectiebron en daardoor een bedreiging voor de andere kweekvogels.

 

Bij alle kromsnavels:
ouders van dergelijke vogels tenminste een halfjaar uitsluiten voor de kweek. Als na die periode opnieuw Polyoma in het nest optreedt, het betreffende kweekkoppel eveneens in laten slapen, hoe hard dat ook klinkt. Het is duidelijk dat u geen vogels verkoopt en er ook niet mee showt als Polyoma in actieve vorm in uw bestand aanwezig is. Doet u dat toch dan werkt u, met de kennis die u thans over dit onderwerp heeft, bewust mee aan de verdere verspreiding van deze besmettelijke ziekte.