Spoedgevallen

Voor spoedgevallen 's avonds, 's nachts of in het weekend kunt u ook buiten de normale openingstijden altijd een spoedafspraak maken bij de dienstdoende dierenarts via (0512) 513627 of kijk hier voor de dienstregeling en bel rechtstreeks.
Adres:
Dierenziekenhuis Drachten
De Bolder 74, 9206 AR Drachten
tel. 0512-513627
info@dierenziekenhuisdrachten.nl

Webcam

Ga naar de live webcam's

Webshop

Ga naar de webshop

Homepage

Ga terug naar de homepage

Facebook

Bezoek onze facebook pagina

Gastenboek

Ga naar ons gastenboek

Algemene voorwaarden

Lees onze voorwaarden
  • vogels (1)

 

Kliermaag Verwijdings Syndroom

 

Kliermaag Verwijdings Syndroom (KDS), Proventricular Dilatation Syndrome, Neuropathic Gastric Dilatation or Macaw Wasting Disease, is een zeer vervelende en meestal fataal verlopende ziekte die niet alleen ara's maar ook grijze roodstaarten en kaketoe's aantast. Ook andere papegaai- en kromsnavelsoorten kunnen deze ziekte krijgen, hoewel de amazonepapegaaien relatief bestand lijken tegen deze ziekte. De ziekte is voor het eerst herkend in 1971 en is sindsdien vastgesteld bij o.a bovengenoemde soorten maar ook in edelpapegaaien, zonparkieten, grasparkieten en valkparkieten. De ziekte komt voor bij vogels vanaf een leeftijd van 10 weken en tot vele tientallen jaren oud. Relatief jonge dieren lijken dus vreemd genoeg wat meer bestand tegen KDS.

 

De aandoening wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een Borna virus. De eerste symptomen zijn vaak braken (overgeven vanuit de krop), verminderde eetlust en kropovervulling ten gevolge van de acute infectie van krop, klier- en spiermaag en darmen. Met name bij edelpapegaaien worden ook afwijkingen in het zenuwstelsel gezien zoals verlammingen, wankel lopen, draaihalzen etc. Ongeveer 90% van de vogels die dit eerste stadium overleven lijken te herstellen, hoewel ook waarschijnlijk pas jaren na besmetting zich de eerste symptomen gaan voordoen. De symptomen kunnen aanvankelijk heel vaag zijn: slecht eten, slap of wankel lopen/zitten etc.

 

Bij  een uitbraak in een volière worden bij ca. 10% van de vogels door een chronische ontstekingsreactie de zenuwknopen van het maagdarmstelsel, soms ook andere zenuwen of zelfs het centraal zenuwstelsel aangetast. Hierbij worden de zenuwcentra in de wand van het maagdarmkanaal vernietigd. Hierdoor kan de krop zich niet meer legen, of maar heel langzaam. De kliermaag raakt opgestopt door de vele zaden die niet doorstromen. De vogel zit dan na het eten vaak langdurig te slikken en met de hals te rekken. Deze vogels liggen vaak plotseling dood omdat zich een perforatie in de spierwand heeft ontwikkeld of omdat de stilstaande maaginhoud gaat rotten. Bij andere vogels raakt vooral de spiermaag aangetast, met als gevolg dat de opgegeten zaden niet meer fijngemalen of tegengehouden worden maar in zijn geheel en onverteerd in de ontlasting verschijnen. Deze vogels vermageren sterk ondanks een buitensporig grote eetlust en sterven uiteindelijk van uitputting door de chronische ondervoeding.

 

Al deze verschijnselen zijn helaas niet specifiek voor KDS. Ook andere aandoeningen zoals loodvergiftiging, bacteriële en gistinfecties van de krop of maag, ingeslikte vreemde voorwerpen en obstructies (touw), kunnen sterk gelijkende symptomen geven. De diagnose bij een zieke levende vogel kan daarom heel moeilijk zijn. Gelukkig hebben we sinds ca 2010 een aantal betrouwbare testen waarmee de ziekte of ziekteverwekker wel aangetoond kan worden. De dierenarts kan een bloedtitertest laten uitvoeren bij het NOIVBD in Veldhoven. Worden er veel antistoffen aangetoond (hoge waarde) dan is er meestal sprake van een heftige infectie bij een zieke vogel. De correlatie positieve test en zieke vogel is in de ervaring van onze vogeldierenarts heel hoog. Een andere test is de PCR test, welke wel het virus aantoont (vogel is waarschijnlijk ook besmettelijk voor andere vogels), maar het geeft niet aan of de vogel ook ziek zal worden.

 

 

Meestal is er gezien de vaak vage symptomen eerst een volledig bloedonderzoek en ontlastingsonderzoek nodig om andere aandoeningen uit te sluiten. Andere aanvullende informatie kan worden verkregen met een röntgenonderzoek. Looddeeltjes zijn eenvoudig op de foto te zien. Op een standaardfoto kan soms de overvulde kliermaag gezien worden en ook het ontbreken van de normaal aanwezige maagkiezel of kleine steentjes is een sterke aanwijzing. In veel gevallen moet de vogel ook wat bariumpap gevoerd worden voor een duidelijk beeld. Een beeld van wijde met gas gevulde darmen is met name bij de kaketoe ook een sterke aanwijzing voor PDD (proventriculus Dilatation Disease). Bloedonderzoek kan dan de diagnose bevestigen of minder waarschijnlijk maken..

 


 


Door enige tijd na de ingave van de barium opnieuw rontgenfoto's te maken kan vastgesteld worden of er een vertraagde of afwezige krop-, kliermaag- of darmlediging is. Echter: al deze bevindingen kunnen een sterke aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een Kliermaag Verwijdings Syndroom maar een onomstotelijk bewijs vormen zij niet. Zoals eerder genoemd is daar aanvullend laboratoriumonderzoek voor nodig door middel van een bloedmonster.

 

 

 

 

Bij twijfel aan de diagnose zijn stukjes weefsel uit de krop, kliermaag en/of darm nodig. Bij de levende vogel noemen we dit biopten. Dit is een belastend onderzoek (narcose, operatie) en wordt door de nieuwe testen eigenlijk nauwelijks of niet meer gedaan. Bij sectie op overleden vogels kan door de dierenarts een deel van deze organen opgestuurd worden, bij voorkeur ook de bijnier en een monster van het resterende bloed in het hart of grote bloedvaten. De patholoog anatoom kan bij weefselonderzoek soms ook de karakteristieke verschijnselen van deze ziekte onder de microscoop vaststellen en zo de diagnose bevestigen. De weefsels moeten dan wel vers zijn en snel na overlijden geconserveerd worden (niet in de vriezer!)

 

 

Kliermaag verwijdingssyndroom is een lastige ziekte omdat de wijze van overbrenging (ontlasting en braaksel?) en de incubatietijd  (tijd tussen besmetting en ziek worden)  onbekend zijn.  Dus als de ziekte eenmaal in een voliere opduikt is het zeer moeilijk de ziekte weer uit te roeien. Hoewel het aantal sterfgevallen meestal niet meer dan 5-10% bedraagt van het totaal aantal aanwezige vogels, kan de ziekte gedurende een periode nog wel 1-2 jaar na het eerste geval nog steeds totaal onverwacht nieuwe slachtoffers maken. Soms worden aangrenzende hokken schijnbaar overgeslagen en duikt de aandoening na drie maanden alsnog aan het andere eind van de voliere op.
Daarom valt het direct laten testen van zowel verdachte vogels, als het testen van de partner van positieve dieren en de vogels in de aangrenzende hokken sterk aan te bevelen. Positieve vogels kunnen zo geïsoleerd worden.

 

 

Er is geen werkzame behandeling of vaccinatie bekend. Vogels die onverteerde zaden uitpoepen kunnen het vaak nog heel lang goed doen op pellet voer (Nutribird, Prettybird, Harrison's). Uiteindelijk gaan deze zieke vogels vaak toch dood. Hoe lang eenmaal besmette vogels besmettelijk blijven voor andere vogels is niet echt goed bekend. Testen met een PCR op Borna virus kan wel een indicatie geven of een vogel (nog) besmettelijk is. Maar de vogel kan ook nog jaren later  ziek worden. Goede hygiëne zal de verspreiding van de ziekte moeten voorkomen. Daarnaast zo min mogelijke verhuizingen binnen de hokken en zeker geen nieuwe vogels hier huisvesten. Voederbakken ontsmetten en steeds in dezelfde hokken terugplaatsen. Niet met dezelfde schoenen van het ene hok in het andere hok lopen en dichte scheidingswanden tussen de vluchten.  Tegenwoordig worden kromsnavels meestal bij aankoop getest op o.a. PDD. Dit omdat voorkomen beter is dan genezen. De ziekte wordt meestal door aankoop van besmette maar verder gezond ogende vogels in de volière geïntroduceerd.