Spoedgevallen

Voor spoedgevallen 's avonds, 's nachts of in het weekend kunt u ook buiten de normale openingstijden altijd een spoedafspraak maken bij de dienstdoende dierenarts via (0512) 513627 of kijk hier voor de dienstregeling en bel rechtstreeks.
Adres:
Dierenziekenhuis Drachten
De Bolder 74, 9206 AR Drachten
tel. 0512-513627
info@dierenziekenhuisdrachten.nl

Webcam

Ga naar de live webcam's

Webshop

Ga naar de webshop

Homepage

Ga terug naar de homepage

Facebook

Bezoek onze facebook pagina

Gastenboek

Ga naar ons gastenboek

Algemene voorwaarden

Lees onze voorwaarden
  • Bolder 74
  • honden (1)
  • honden (8)
  • katten (3)
  • konijnen (3)
  • vogels (2)

Verminderde werking van de schildklier

 

Een verminderde werking van de schildklier bij de hond noemen we hypothyreoïdie. De schildklier bestaat uit twee kwabben die zich voor en opzij van het bovenste deel van de luchtpijp bevinden (zie afb.). De schildklier fungeert als de thermostaat van het lichaam en maakt een hormoon aan dat de stofwisseling in het lichaam stimuleert.


Hypothyreoïdie
Bij een hypothyreoïdie wordt er te weinig schildklierhormoon (T4) geproduceerd en de stofwisseling is dan vertraagd. De werking van de schildklier wordt vanuit de hersenen geregeld door middel van het schildklier stimulerend hormoon (TSH). De oorzaak van hypothyreoïdie kan zowel in de schildklier zelf liggen als in de hersenen.

 


Oorzaak
Wanneer de oorzaak in de schildklier zelf ligt (meest voorkomend) spreken we van een primaire aandoening. De twee belangrijkste primaire problemen bij de schildklier zijn: de lymfocytaire thyreoïditis en de idiopathische atrofie.

Ongeveer de helft van de honden met hypothyreoïdie heeft een lymfocytaire thyreoïditis. Dit is een auto-immuun aandoening waarbij het lichaam zelf antistoffen maakt tegen de schildklier. Dit ontstekingsproces leidt tot beschadiging en zelfs verdwijning van het schildklierweefsel. Hiervoor in de plaats komt er bindweefsel.
Bij een idiopathische atrofie is de oorzaak onbekend en verdwijnt het schildklierweefsel ook maar komt er vetweefsel voor in de plaats.

De aandoening komt vooral voor bij honden ouder dan twee jaar en bij grote rassen.
De ziekte ontwikkelt zich meestal langzaam en daardoor ‘went’ een eigenaar hieraan.

 


Symptomen
De symptomen zijn uiteenlopend zoals:
∙ Loomheid, traagheid
∙ Huidklachten, met name kaalheid, dunne beharing, zwartverkleuring van de huid, soms ook schilfering of ontsteking van de huid. Kaalheid vaak symmetrisch aan beide zijden van de romp
∙ Toename van het lichaamsgewicht, soms resulterend in echte vetzucht.
∙ Kouwelijk (voorkeur voor warme ligplaatsen).
∙ Uitblijven loopsheid
∙ Vochtophopingen, waardoor een sterke plooivorming van de kop ontstaat (droopy eyes), kreupelheid, scheve kop, en afhangende gezichtshelft .
∙ Witte neerslagen in het hoornvlies
∙ Een te trage hartslag met afwijkend ECG
Het verlies van de ondervacht is typisch, de dunne vacht samen met de slome uitdrukking van de hond zijn symptomen die het eerst in het oog springen. Het is echter ook mogelijk dat een hond alleen maar kreupelheid vertoont, waardoor het stellen van een diagnose al moeilijker wordt.

 


Diagnose
De diagnose wordt gesteld door meting van het schildklierhormoon (T4) en het schildklier stimulerend hormoon (TSH) in het bloed. Wanneer het T4 laag en het TSH hoog is spreekt men van hypothyreoïdie.

Er zijn een aantal medicijnen die een invloed kunnen hebben op de T4 waarde in het bloed. Ook andere ziekten, zoals een bijnierafwijking (ziekte van Cushing) kunnen het schildklierhormoon verlagen. Daarom is het belangrijk om bij twijfel eerst op deze ziekte te testen.

 


De behandeling

De behandeling bestaat uit het toedienen van tabletten met kunstmatig schildklierhormoon (Forthyron®). Na 6 weken zal er een bloedonderzoek ter controle gedaan worden. Wanneer de instelling goed is zal de controle halfjaarlijks plaatsvinden. De schildklier kan zichzelf niet herstellen waardoor deze behandeling levenslang nodig is. Wanneer een hond teveel schildklierhormoon toegediend krijgt, ontstaan er klachten als vraatzucht, gewichtsverlies, veel drinken en plassen.

De prognose is goed, wanneer er een goede reactie is op de medicatie. Bij zeer oude honden en bij honden met een bijkomende ziekte zoals hartinsufficiëntie, suikerziekte, lever of nierfalen wordt met een lagere dosis gestart en al na twee weken gecontroleerd.