Mededelingen
Spoedgevallen
Voor spoedgevallen 's avonds, 's nachts of in het weekend kunt u ook buiten de normale openingstijden altijd een spoedafspraak maken bij de dienstdoende dierenarts via (0512) 513627 of kijk hier voor de dienstregeling en bel rechtstreeks.Nieuwe adres:
Dierenziekenhuis Drachten
De Bolder 74, 9206 AR Drachten
tel. 0512-513627
info@dierenziekenhuisdrachten.nl
Webcam
Ga naar de live webcam's
Homepage
Ga terug naar de homepage
Gastenboek
Ga naar ons gastenboek
Algemene voorwaarden
Lees onze voorwaardenVaccineren is maatwerk
Honden worden als zeer gewaardeerde huisgenoten gezien. Geen wonder dus dat aan voeding en verzorging veel tijd, aandacht en energie wordt besteed. Ook de fabrikanten van diergeneesmiddelen besteden veel tijd en energie aan de ontwikkeling van steeds betere diergeneesmiddelen voor honden.
Toch zijn er nog steeds ziekten waartegen geen goede medicijnen bestaan en die dus niet of niet goed behandeld kunnen worden. Gelukkig is het mogelijk honden tegen de meest gevaarlijke en besmettelijke ziekten te laten vaccineren.
![]()
Vaccineren
Wat er na een vaccinatie gebeurt, lijkt op wat er gebeurt na het doormaken van de ziekte.
Een voorbeeld: als een hond hondenziekte doormaakt en daarvan herstelt, zal het dier gedurende een bepaalde periode beschermd zijn tegen hondenziekte. Dit wordt veroorzaakt doordat de hond weerstand (immuniteit) tegen hondenziekte heeft opgebouwd. De opgebouwde weerstand maakt het hondenziektevirus bij een volgende besmetting onwerkzaam, waardoor de hond gezond blijft. Helaas gaat het doormaken van een ziekte meestal gepaard met ernstige ziekteverschijnselen.
Als een hond wordt gevaccineerd, zal het afweerapparaat van het dier daarop reageren door afweerstoffen te maken tegen de ziekte waartegen is gevaccineerd. Het gevolg is dat de hond gedurende een bepaalde periode is beschermd.
Omdat het vaccin (verzwakte) levende of gedode ziekteverwekkers bevat zal de hond na vaccinatie niet ziek worden.
Vaccinatieschema
Wanneer is de eerste vaccinatie nodig en wanneer de herhalingsvaccinaties?
Het beste tijdstip voor een vaccinatie hangt af van verschillende factoren:
· Bepaalde ziekten komen vooral bij jonge honden voor, andere bij honden van elke leeftijd.
· Jonge dieren reageren anders op vaccinaties dan oudere dieren.
· Jonge dieren worden tot een bepaalde leeftijd beschermd door antilichamen (afweerstoffen) verkregen via de moedermelk.
· Er bestaan verschillen tussen ziekten. Tegen hondenziekte, parvo, leverziekte (adeno) en rabiës ontstaat een betere en langdurigere bescherming na vaccinatie dan tegen de ziekte van Weil en kennelhoest.
· Er bestaan ook verschillen tussen de eigenschappen van de verschillende vaccins.
· Onder bepaalde omstandigheden (pension, tentoonstelling, hondenschool) bestaat een grotere kans op besmetting.
Dit zijn allemaal redenen waarom het niet mogelijk is één, alles omvattend, vaccinatieadvies te geven. Uw dierenarts kent de situatie waarin uw huisdier verkeert, maar vooral ook de eigenschappen van de vaccins waarmee wordt gewerkt.
Bespreek daarom met de dierenarts welke vaccinaties belangrijk zijn voor uw hond en op welke tijdstippen (i.v.m. vakantie naar het buitenland, pension enz.) de vaccinaties het best kunnen worden gegeven.
Combinatie van vaccins?
Het aantal ziekten waartegen gevaccineerd kan worden neemt steeds meer toe. Gelukkig kunnen vaccins tegen verschillende ziekteverwekkers vaak worden gecombineerd. Hierdoor is het mogelijk de hond met één prik tegen meerdere ziekteverwekkers te beschermen.
Voordat vaccins mogen worden gecombineerd, wordt door de fabrikant eerst onderzocht of het afweersysteem van de hond even goed op de combinatie reageert als op de afzonderlijke vaccins. Het is vanzelfsprekend dat daarbij ook goed wordt gelet op de veiligheid voor de hond.
Wat betekent dit nu voor uw hond?
Puppies
Na de geboorte krijgt een pup met de eerste moedermelk ook afweerstoffen (maternale immuniteit) tegen de belangrijkste hondenziektes. Deze afweerstoffen beschermen de pup gedurende zijn eerste levensweken, maar zij worden langzaam afgebroken. Daarom is het belangrijk dat een pup vanaf de leeftijd van 6 weken gevaccineerd wordt zodat hij zelf antistoffen op gaat bouwen. Als een pup ongeveer 6 weken oud is, wordt een afspraak gemaakt met de dierenarts voor de eerste vaccinatie, ook wel “puppy-enting” genoemd. Meestal is de pup dan nog bij de fokker. Dit is voor de dierenarts tevens een geschikt moment om de gezondheid van een pup te controleren. Meestal wordt bij de eerste vaccinatie meteen het dierenpaspoort ingevuld. Bij aankoop van een pup is het verstandig om naar het dierenpaspoort te vragen en te informeren wanneer de eerste herhalingsvaccinatie dient plaats te vinden. Ook kan dan informatie van de fokker worden verkregen over voeding en ontworming. Neem bij twijfel in ieder geval even contact op met uw dierenarts. Bij volgende bezoeken aan de dierenarts moet u het dierenpaspoort steeds meenemen.
Meestal komt een pup op een leeftijd van 8 weken bij u als zijn nieuwe eigenaar terecht. Op 9 weken leeftijd moet een pup zijn 2e pupvaccinatie hebben en op 12 weken leeftijd zijn 3e en laatste pupvaccinatie. Voor u bieden deze vaccinaties een uitstekende gelegenheid om met uw dierenarts een aantal zaken door te spreken zoals ontworming, vlooienbestrijding, voeding, sterilisatie, castratie en uiteraard de herhalingsvaccinaties. Als alle adviezen over vaccinaties goed zijn opgevolgd zal uw pup, als deze ongeveer 12-14 weken oud is, een dusdanige weerstand hebben opgebouwd dat herhalingsvaccinaties pas na langere tijd weer nodig zijn.
De volwassen hond
Sommige mensen denken dat volwassen honden geen herhalingsvaccinaties nodig hebben. Maar dat is wel degelijk noodzakelijk. Er zijn helaas gevallen bekend van volwassen, niet of niet goed gevaccineerde honden, die aan hondenziekte of een parvo-infectie zijn gestorven of er ernstig van te lijden hebben gehad. Herhalingsvaccinaties zijn dus wel degelijk van belang om de algemene bescherming op een hoog peil te houden. Sommige honden gaan tijdens de vakantie in een pension of zij mogen mee naar het buitenland. In beide gevallen is het nodig dat er extra vaccinaties toegediend worden tegen hondsdolheid (rabiës) en/of kennelhoest.
Ziekten waartegen kan worden gevaccineerd
Hondenziekte
Verschijnselen
Hondenziekte komt het meest voor bij jonge dieren. Niet alleen honden, maar ook wolven, fretten en nertsen zijn er gevoelig voor. De ziekte openbaart zich door de verschijnselen koorts, ontsteking van oogleden en neusslijmvlies, hoesten, diarree, soms door aantasting van het zenuwstelsel en soms door een verdikking van de hoornlaag op de neus en de voetzolen. Meestal zijn de dieren erg ziek. Zij kunnen, zelfs ondanks een goede behandeling, doodgaan. Veel honden worden tegen hondenziekte gevaccineerd, waardoor het aantal ziektegevallen sterk is afgenomen. De laatste jaren zijn in een aantal Europese landen uitbraken van hondenziekte gemeld. Omdat hondenziekte vooral via contacten wordt overgebracht (het virus overleeft relatief kort in de omgeving) is het belangrijk alert te zijn wanneer men naar het buitenland gaat of dieren importeert.
Vaccinatie
Fokkers en asiels zijn wettelijk verplicht honden vóór de leeftijd van 7 weken tegen hondenziekte te laten vaccineren. Om een goede weerstand te krijgen is het belangrijk dat op de leeftijd van 12 weken en 1 jaar nogmaals tegen hondenziekte wordt gevaccineerd. Daarna is het voldoende als deze vaccinatie elke 3 jaar wordt herhaald.
Parvo
Verschijnselen
Het woord parvo betekent klein. Het parvovirus is ten opzichte van veel andere virussen erg klein. Dat kan niet gezegd worden van het ziekteverwekkend vermogen van dit virus en evenmin van de mogelijkheid op overleving in de omgeving. Het feit dat parvovirus een jaar in de omgeving kan overleven, zorgt ervoor dat regelmatig besmettingen plaats kunnen vinden. Een parvovirusbesmetting bij de hond wordt gekenmerkt door het optreden van ernstige, bloederige diarree en braken. Dit leidt tot verlies van (veel) vocht waardoor uitdroging ontstaat. Tevens gaat een parvo-infectie gepaard met een sterk afgenomen afweer tegen andere ziekten. Parvo-infecties komen vooral bij jonge dieren voor. Bepaalde rassen (bijvoorbeeld Duitse herder, dobermann en rottweiler) zijn erg gevoelig voor parvo. De behandeling van een parvo-infectie is moeilijk en erg arbeidsintensief.
Zelfs bij een goede behandeling is het lang niet zeker dat de patiënt herstelt.
Vaccinatie
Omdat vooral jonge dieren gevoelig zijn, is een vroege vaccinatie belangrijk.
Uw pup kan al op een leeftijd van 6 weken tegen parvo en hondenziekte worden gevaccineerd. Fokkers en asiels zijn wettelijk verplicht alle honden vóór de leeftijd van 7 weken tegen parvo te laten vaccineren.
Omdat op de leeftijd van 6 weken een aantal pups niet op de vaccinatie reageert, dient op 9 en 12 weken een herhalingsvaccinatie tegen parvo plaats te vinden. Vervolgens vaccineren op de leeftijd van 1 jaar en daarna is het voldoende als deze vaccinatie elke 3 jaar plaatsvindt. Uiteraard kan uw dieren-arts van dit vaccinatieschema afwijken op grond van de omstandigheden waaronder uw huisdier verkeert, de leeftijd waarop het dier wordt aangeboden en op grond van de vaccinaties die uw dier eerder heeft gekregen.
Besmettelijke leverziekte (hepatitis)
Verschijnselen
Besmettelijke leverziekte wordt veroorzaakt door een adenovirus dat in het lichaam allerlei schadelijke effecten veroorzaakt. Het belangrijkste effect is ontsteking van de lever. De ziekteverschijnselen zijn niet altijd even duidelijk, waardoor het meestal nodig is laboratoriumonderzoek uit te voeren om de diagnose te stellen. De ziekte kan bij dieren van alle leeftijden voorkomen. Soms is het verloop mild, in andere gevallen worden dieren ernstig ziek en kunnen ze sterven.
Vaccinatie
Leverziekte komt in Nederland niet zo vaak voor. Een eenmalige vaccinatie op de leeftijd van 12 weken gevolgd door een herhalingsvaccinatie op de leeftijd van een jaar is voldoende om een goede weerstand te hebben. Daarna is het voldoende als er elke 3 jaar gevaccineerd wordt.
Ziekte van Weil (leptospirose)
Verschijnselen
De ziekte van Weil is bij de meeste mensen een bekend begrip omdat de ziekte ook bij de mens kan voorkomen. Het belangrijkste verschijnsel is een nierontsteking. Leptospiren worden via de urine uitgescheiden en met name via besmet (zwem)water van het ene naar het andere dier (rat-hond; hond-hond) overgedragen. De mens wordt meestal besmet via zwemmen in open water. Leptospirose is een gevaarlijke ziekte en kan, vooral wanneer te laat wordt ingegrepen, tot de dood leiden.
Vaccinatie
De eerste vaccinatie bij een jong dier, of een eerste vaccinatie bij een volwassen dier, levert alleen een goede bescherming op als enkele weken later een tweede vaccinatie wordt gegeven. Om de weerstand op peil te houden is een jaarlijkse herhalingsvaccinatie nodig.
· De vaccinatie kan worden gecombineerd met een vaccinatie tegen eerder genoemde ziekten.
· Voor honden in streken waar rabiës (hondsdolheid) voorkomt en voor honden die meegaan naar het buitenland is er een combinatie-entstof (Nobivac RL) waarmee tegelijkertijd tegen rabiës en de ziekte van Weil kan worden gevaccineerd.
Kennelhoest
Verschijnselen
Deze ziekte is nog altijd niet echt goed beschreven. Wel is bekend dat verschillende virussen en bacteriën de aandoening kunnen veroorzaken. Kennelhoest treedt meestal op nadat de hond intensief in contact is geweest met andere honden (in een pension, op een tentoonstelling of op een hondenschool). Enkele dagen later krijgt de hond een droge, hardnekkige hoest die vaak gepaard gaat met kokhalzen en braken. Deze verschijnselen kunnen enkele weken aanhouden.
Vaccinatie
Belangrijk is dat de hond goed is gevaccineerd tegen de belangrijkste virale (Paraïnfluenza) en bacteriële (Bordetella bronchiseptica) verwekkers van kennelhoest. Aangezien kennelhoest een infectie is van de voorste luchtwegen geeft een neusdruppelvaccinatie de beste bescherming. Aangeraden wordt om uw hond kort (één tot enkele weken) voor verblijf in pension te laten vaccineren. Om de weerstand op peil te houden is een jaarlijkse herhalingsvaccinatie nodig.
Hondsdolheid (rabiës)
Verschijnselen
Rabiës is de Latijnse naam voor hondsdolheid. In Nederland komt rabiës gelukkig maar heel af en toe voor, maar in een aantal Europese landen is het een groot probleem. Dieren en mensen gaan vrijwel zonder uitzondering dood binnen 7 dagen nadat de verschijnselen zich openbaren. De tijd tussen besmetting en het ontstaan van verschijnselen kan echter maanden in beslag nemen. Hondsdolheid tast de hersenen aan. Honden en vossen met rabiës vertonen een ander gedrag dan ze voorheen hadden. De klassieke verschijnselen zoals agressie en watervrees komen echter lang niet altijd voor. Daarom moet in beginsel elke hond of vos die zich vreemd gedraagt of zomaar ergens dood wordt aangetroffen, van hondsdolheid worden verdacht (niet aanpakken).
De laatste jaren is bekend geworden dat rabiës ook bij een bepaalde soort vleermuis (Laatvlieger) voorkomt. Deze vleermuis komt vooral boven de grote rivieren voor. Ook in dit geval geldt: blijf van vleermuizen af! Als u vermoedt dat een dier rabiës heeft, geef dit dan zo snel mogelijk door aan de politie of bel het gemeentehuis. Na contact met een verdacht dier (likken, krabben, bijten) luidt het advies de wond zo snel mogelijk (uit) te wassen met veel water en zeep, de wond zo mogelijk met jodium te ontsmetten en direct contact op te nemen met een arts. Snelle behandeling kan levensreddend werken.
Vaccinatie
Meestal brengen honden door middel van speeksel de infectie op de mens over. Daarom is vaccinatie van honden, daar waar kans is op rabiës, van groot belang. Eenmalige vaccinatie bij honden ouder dan 12 weken is voldoende om een langdurige immuniteit te geven. Daarna is het voor reizen binnen de EU voldoende als er elke 3 jaar gehervaccineerd wordt. Een aantal landen is vrij van rabiës en wil dit ook blijven. Vandaar dat zij strenge eisen (vaccinatie gevolgd door bepaling van de hoeveelheid afweerstoffen in bloed) stellen aan de toelating van honden uit het buitenland. Andere landen stellen minder strenge eisen. Daarom is het belangrijk dat u, als u uw hond mee wilt nemen naar het buitenland, tijdig bij uw dierenarts informeert over de eisen. In bepaalde gevallen (Scandinavische landen en Engeland) neemt de totale procedure minimaal een half jaar in beslag. Belangrijk is ook dat een rabiësvaccinatie door veel landen pas 21 dagen na vaccinatie als geldig wordt beschouwd.
Antwoorden op de meest gestelde vragen
Mijn hond is gevaccineerd en is toch ziek geworden, hoe kan dat?
Dit is een heel belangrijke vraag die het best kan worden beantwoord door de vraag in een aantal vragen op te delen.
a. Is de bescherming na vaccinatie 100%?
Tegen geen enkele ziekte is 100% van de dieren te beschermen. Immers, er zullen altijd individuen zijn die na een vaccinatie een minder goede weerstand opbouwen of zelfs helemaal geen weerstand opbouwen. Gelukkig zijn dat er maar heel weinig.
b. Bestaat er verschil in weerstandsopbouw na vaccinaties tegen verschillende ziekten?
Heel duidelijk. Tegen hondenziekte, parvo, leverziekte en rabiës is de weerstandsopbouw veel beter en langduriger dan tegen kennelhoest. Bij kennelhoest is bovendien sprake van meerdere ziekteverwekkers (meerdere virussen, maar ook de bacterie Bordetella bronchiseptica). Mogelijk zijn er bij kennelhoest ook nog andere virussen en bacteriën betrokken, waartegen nog geen vaccins bestaan. Daar komt bij dat kennelhoest zich zeer oppervlakkig (op de slijmvliezen van de voorste luchtwegen) afspeelt waardoor de weerstandsopbouw moeilijker is en de weerstand korter duurt.
c. Is er een verschil tussen puppies en volwassen honden?
Ja. Met name bij jonge puppies is sprake van een minder ontwikkeld afweersysteem waardoor een minder goede weerstandsopbouw plaatsvindt. Tevens zijn bij puppies vaak nog afweerstoffen aanwezig die zij via de melk van hun moeder hebben gekregen. Deze afweerstoffen remmen de weerstandsopbouw na vaccinaties. Er zijn ook aanwijzingen dat heel oude dieren een minder goede weerstand opbouwen.
d. Zijn er nog andere oorzaken voor een minder goede weerstandsopbouw?
Voor een goede weerstandsopbouw is het nodig dat dieren op het moment van de vaccinatie over een goede gezondheid beschikken. Aanwezigheid van andere ziekten, worminfecties en incomplete voeding kunnen een verminderde weerstandsopbouw tot gevolg hebben.
e. Bestaan er rasinvloeden?
Van parvovirus wordt aangenomen dat rassen zoals Duitse herder, dobermann en rottweiler er gevoeliger voor zijn. Of er voor andere ziekten ook verschil in rasgevoeligheid bestaat, is nog niet aangetoond.
Waarom worden kinderen tot een bepaalde leeftijd gevaccineerd en daarna niet meer terwijl honden regelmatig gevaccineerd moeten worden?
Er bestaan verschillen tussen mens en dier in zowel de weerstandsopbouw als de ziekten die voorkomen.
Ook bij de mens bestaan er duidelijke verschillen. De DKTP-vaccinatie geeft een goede en langdurige bescherming, maar de griepvaccinatie moet jaarlijks worden herhaald. Voor honden wordt tegen hondenziekte, parvo, leverziekte en rabiës een goede en langdurige weerstand opgebouwd, tegen kennelhoest is de weerstand minder volledig en korter van duur. Ook voor de ziekte van Weil is sprake van een korter durende weerstand. Verder zijn de hygiënische omstandigheden waaronder mensen leven anders dan die waaronder dieren leven. Honden komen bijvoorbeeld veelvuldig in contact met uitwerpselen van andere honden.
Mijn buren laten hun hond nooit vaccineren en dat gaat ook goed. Waarom zou ik mijn hond nog laten enten?
Inderdaad komt het voor dat dieren die niet (regelmatig) worden gevaccineerd toch gezond blijven. Helaas komt het daarentegen maar al te vaak voor dat niet gevaccineerde honden wel ziek worden en soms zelfs dood gaan, maar juist dat zal men liever niet aan de grote klok hangen, dus dat hoort u niet. De kans dat een ongevaccineerde hond ziek wordt hangt af van de kans op besmetting. Zo zal de hond die geen contact heeft met soortgenoten of met eigenaren van zieke honden een geringe kans op besmetting hebben.
Honden die regelmatig in contact komen met soortgenoten (met name met niet gevaccineerde dieren die ziekteverwekkers bij zich “dragen”) hebben een grote kans op besmetting. In de praktijk zullen de meeste honden regelmatig met andere honden in contact komen bij het uitlaten. Daarom is het verstandig honden regelmatig te laten vaccineren.
Kan een hond ziek worden van een vaccinatie?
De meeste honden zullen geen enkel nadeel ondervinden van een vaccinatie. Soms zullen honden, met name pups, na een vaccinatie gedurende korte tijd wat trager zijn. Als honden echter op het moment van de vaccinatie al besmet zijn met de ziekte (in het incubatiestadium verkeren) kan het gebeuren dat zij na de vaccinatie verschijnselen vertonen van de ziekte waarmee ze op het moment van de vaccinatie besmet waren. Als uw hond na vaccinatie echt ziek wordt, is het verstandig even contact met uw dierenarts op te nemen.
Is het verstandig om honden tijdens de dracht te vaccineren om zo een zo hoog mogelijke weerstand bij de pups te krijgen?
Bij een hond die volgens advies is gevaccineerd is het niet nodig tijdens de dracht te vaccineren. Immers, een dergelijke hond heeft voldoende afweerstoffen aangemaakt om de pups afdoende te beschermen.
Een reden om honden tijdens de dracht te vaccineren kan zijn dat de hond niet, of langer dan een jaar geleden, is gevaccineerd. Als men een drachtige hond wil vaccineren dienen de aanwijzingen van de fabrikant te worden opgevolgd. Zo kunnen bijvoorbeeld de Nobivac vaccins veilig tijdens de dracht worden toegediend. Uiteraard dient men zich te realiseren dat handelingen bij drachtige dieren altijd zeer voorzichtig moeten worden uitgevoerd, met name gedurende het eerste deel van de dracht. Een goed alternatief is de hond uiterlijk twee weken voor de dekking te laten vaccineren.
Waarom worden jonge dieren vaak meerdere keren gevaccineerd?
Bij jonge dieren is het afweerapparaat minder goed ontwikkeld dan bij volwassen dieren. Verder kunnen bij jonge dieren afweerstoffen aanwezig zijn die zij van hun moeder hebben gekregen. Deze afweerstoffen geven gedurende enkele weken bescherming tegen de ziekte, maar kunnen ook de weerstandsopbouw na een vaccinatie remmen. Daarom is het heel belangrijk dat puppies tot de leeftijd van 12 weken regelmatig worden gevaccineerd.
Waarom niet tot 12 weken wachten en dan 2 keer vaccineren?
De meeste jonge honden komen, bijvoorbeeld tijdens het uitlaten, in contact met andere honden of plaatsen waar andere honden zijn geweest. In verband met socialiseren is het in contact komen met soortgenoten voordat zij 12 weken oud zijn heel belangrijk. Daarom is er, zeker ten aanzien van parvo, een reële kans op besmetting vóór de leeftijd van 12 weken. Wachten tot 12 weken houdt dus zekere risico’s in.
Wat is het belang van infecties met coronavirus?
Het coronavirus komt waarschijnlijk over de hele wereld voor. Vooral bij honden die in groepen worden gehouden worden regelmatig afweerstoffen tegen coronavirus aangetoond. Bij volwassen honden is het virus niet ziekteverwekkend, bij zeer jonge pups kan het virus diarree en braken veroorzaken, in de regel na een week gevolgd door spontaan herstel. Over het nut van vaccinatie laten de meeste specialisten zich sceptisch uit. Enerzijds wordt aangegeven dat het belang van coronavirus als ziekteverwekker bij honden onvoldoende vaststaat, anderzijds geeft men aan dat de geïnactiveerde (gedode) vaccins onvolledige bescherming geven aangezien de infectie zeer oppervlakkig (op de punt van de darmvlok) plaatsvindt. Vooralsnog lijkt het dan ook het beste advies goed te vaccineren tegen parvo. Mocht ondanks een goed vaccinatieschema tegen parvo het diarreeprobleem niet opgelost zijn dan verdient het de voorkeur eerst een onderzoek te doen naar de verwekker van de diarree.
Is een vaccinatie pijnlijk voor de hond?
Pijn bij dieren is moeilijk objectief vast te stellen. Uiteraard zal de prik als zodanig door de hond worden waargenomen. Echter de reactie verschilt per dier. De ene hond reageert nauwelijks terwijl de andere hond duidelijk laat merken de vaccinatie niet op prijs te stellen. Onzekerheid en angst voor de vreemde omgeving zullen hierbij zeker een rol spelen. Ook de opstelling van de eigenaar kan van belang zijn; als u zelf al bang bent voor een prik is het verstandig om iemand met uw hond naar het spreekuur te sturen die die angst niet heeft.
Als de hond ziek is mag ze dan worden gevaccineerd?
Het beste is alleen gezonde honden te laten vaccineren. Echter, het kan zijn dat de hond een aandoening heeft waartegen ze al gedurende enige tijdwordt behandeld. In dergelijke gevallen is het verstandig vooraf even telefonischcontact op te nemen met uw dierenarts.
In advertenties staat vaak:
‘gevaccineerd en ontwormd’. Betekent dit dat de hond nietmeer gevaccineerd hoeft te worden?
Nee. Dit betekent alleen dat de hond één of meer vaccinaties heeft gehad enéén keer of meermalen ontwormd is. Afhankelijk van de leeftijd van de honden het soort vaccinatie kan de gegeven vaccinatie al dan niet voldoendebescherming geven. Om hierover meer duidelijkheid te krijgen is het verstandigmet het dierenpaspoort naar uw eigen dierenarts te gaan.Ontworming dient bij jonge dieren met grote regelmaat plaats te vinden.
Mijn honden komen nooit van het terrein af. Moeten ze nu toch gevaccineerd worden?
Ja. Een hond die nooit van het terrein af komt en nooit gevaccineerd is heeftgeen weerstand op kunnen bouwen tegen de belangrijkste besmettelijkeziekten. Als uw hond dan toch in contact komt met andere honden (of als uzelf of een bezoeker ziekteverwekkers via handen, schoeisel of kleding overbrengtop uw honden) zijn ze extra vatbaar. De kans dat uw honden besmet worden is weliswaar klein, maar de gevolgen kunnen groot zijn.

.jpg)